Paragrafen

3d. Financiering

Deze paragraaf gaat in op het treasurybeleid en het risicobeheer van de financieringsportefeuille. In 2020 voldoen we aan de kasgeldlimiet, renterisiconorm en norm voor schatkistbankieren. De netto-schuldpositie is licht toegenomen. Lagere schuld en lage rentes op de geld- en kapitaalmarkt geven een positieve renteresultaat. Het bedrag aan verstrekte leningen en garanties aan derden is wederom gedaald.
De kaders zijn vastgelegd in de wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Het belangrijkste uitgangspunt van deze wet is het beheersen van de (mogelijk) uit de treasuryfunctie voortvloeiende risico’s. Het wettelijk kader is verder uitgewerkt in het treasurystatuut van de gemeente Eindhoven, dat in 2015 is vastgesteld. Hierin staan de doelstellingen, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en de administratieve organisatie rond het beheer van liquiditeiten van de gemeente op korte en lange termijn.

Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de feitelijke geldstromen in 2020. Het rekeningresultaat wordt gecorrigeerd voor resultaatposten die geen kasstroom met zich meebrengen (bijvoorbeeld afschrijvingen) en voor kasstromen die geen resultaatpost zijn (bijvoorbeeld mutaties in voorzieningen). De gemeente werkt vanuit totaalfinanciering: alle gemeentelijke inkomsten en uitgaven worden gesaldeerd voordat de gemeente zich op de geld- of kapitaalmarkt begeeft.

Op basis van de cijfers in de primaire begroting was een liquiditeitenuitstroom van € 87 miljoen voorzien. De werkelijke kasuitstroom over 2020 bedraagt € 23 miljoen. De netto kasstroom uit operationele activiteiten is substantieel hoger (dus netto instroom) dan begroot o.a. door lagere exploitatie uitgaven als gevolg van corona en door landelijke bijdragen/voorschotten ter dekking van corona-uitgaven.

Kasstroomoverzicht 2020 ( x € 1 miljoen)

Rekeningresultaat

43,4

Correctie voor afschrijvingen en mutaties voorzieningen/reserves

34,9

Aanpassingen voor mutaties in netto werkkapitaal (voorraden)

-5,9

Aanpassingen voor mutaties in netto werkkapitaal (overig: crediteuren, debiteuren)

-8,9

Kasstroom operationele activiteiten

63,4

Investeringen in (im)materiele vaste activa

-66,7

Desinvesteringen in (im)materiele vaste activa

1,8

Totaal kasstroom investeringsactiviteiten

-64,9

Aflossing van opgenomen leningen

-27,5

Aflossing van verstrekte leningen

5,8

Totaal kasstroom financieringsactiviteiten (benodigde herfinanciering)

-21,7

Financiering ( x € 1 miljoen)

Lager saldo bankrekeningen en contant geld

8,2

Nieuwe opgenomen langlopende leningen

0

Toename kasgeldleningen

15,0

Financiering van kasuitstroom

23,2

* Opgetelde bedragen kunnen afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.

Renteontwikkelingen

Vanaf eind februari werd de wereld beheerst door corona. Kijkende naar de rentetarieven begin 2020 (10 jaars marktrente voor gemeenten: 0,25%) en eind 2020 (-0,14%) lijkt er niet veel veranderd, al staat de rente eind 2020 op een all-time low. Integendeel, procentueel hebben er flinke bewegingen omhoog en omlaag plaatsgevonden. In het begin van de coronacrisis daalde de rente fors, om vervolgens na de eerste coronagolf te herstellen als gevolg van uitgebreide financiële steunmaatregelen door de overheden en extra opkopen van obligaties door de Europese Centrale Bank (al hield de ECB de depositorente het gehele jaar op -0,5%). Toen het optimisme over een snel economisch herstel vervloog door de tweede coronagolf en uitgebreide lock-downs, daalde de rente weer. Begin 2021 overheerst de hoop: er zijn diverse vaccins om het virus te bestrijden, er waait een nieuwe wind in de VS en er is duidelijkheid over Brexit, waardoor de economische vooruitzichten verbeteren. Over de afgelopen tien jaar hebben de rentes zich als volgt ontwikkeld:

Kasgeldlimiet en renterisiconorm

De wet FIDO stelt dat de gemeente maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (de kasgeldlimiet) met kort geld mag financieren. Als de netto-vlottende schuld, bestaande uit kasgeldleningen en het saldo van de bankrekeningen, de kasgeldlimiet (€ 80 miljoen) drie kwartalen overschrijdt, moeten aanvullende maatregelen worden genomen. De netto vlottende schuld bleef in 2020 ruim onder de norm, ondanks dat geen lange financiering is aangetrokken. Ook in 2020 was de rente op kasgeld het gehele jaar negatief (ca. -0, 5%).

Kasgeldlimiet ( x € 1 miljoen)

kw1

kw2

kw3

kw4

Norm 8,5% van begrotingstotaal

80

80

80

80

Gemiddelde Netto vlottende schuld (x € 1 miljoen)

47

36

7

24

De renterisiconorm uit de wet FIDO regelt dat gemeenten tot een dusdanige opbouw van de leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossingen en renteherziening op leningen mag jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal zijn. Voor Eindhoven is dat in 2020 € 187,3 miljoen. Het bruto bedrag aan aflossingen bedroeg € 27,5 miljoen, inclusief een lening voor een woningbouwcorporatie, die op de renteherzieningsdatum vervroegd is afgelost.

Renterisiconorm ( X € 1 miljoen)

2018

2019

2020

Norm 20% van begrotingstotaal

179

177,4

187,3

Stand

43,2

40,9

27,5

Ontwikkeling langlopende schuld

De langlopende schuldpositie van de gemeente Eindhoven is in 2020 gedaald van € 400 miljoen naar € 373 miljoen. In 2020 werd voor een bedrag van € 27,5 miljoen aan leningen afgelost. Ruim € 6 miljoen betrof een leningen, die één op één was doorgeleend aan een woningbouwcorporaties en niet geherfinancierd hoefde te worden. Daarnaast werd een leningen voor eigen financiering van € 20 miljoen afgelost. Vanwege de ruime liquiditeitspositie was het niet noodzakelijk om nieuwe lange financiering aan te trekken in 2020.

Ontwikkeling opgenomen geldleningen
(x € 1.000)

Restant bedrag per 31-12-2019

Vermeerdering in 2020

Aflossing in 2020

Restant bedrag per 31-12-2020

Eigen financiering

333.392

20.492

312.900

Projectfinanciering zonnepanelen project

9.855

653

9.202

Lening t.b.v. aankoop gronden PSV

48.600

48.600

Voor doorlening aan woningbouw

7.885

6.322

1.564

Waarborgsommen van derden

515

0

25

491

Totaal vaste schuld

400.247

0

27.491

372.757

* Opgetelde bedragen kunnen afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.

Verstrekte leningen

Het totaal bedrag aan verstrekte leningen is in 2020 afgenomen met Є 5,8 miljoen tot € 18,9 miljoen.

  • woningbouw: de verstrekte leningenportefeuille bevat nog slechts één lening, die is doorgeleend aan een Eindhovense woningbouwcorporatie. De andere lening, die de gemeente Eindhoven had aangetrokken bij de BNG en doorgeleend aan Woonbedrijf is op de renteherzieningsdatum vervroegd afgelost. De resterende lening à € 1,6 miljoen is afgesloten met zogenaamde WSW-garantie; in geval de tegenpartij in gebreke blijft, kan de gemeente haar lening via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) terug krijgen.
  • deelnemingen: aan Enexis is een aandeelhouderslening verstrekt ter grootte van € 77.421. Alle aandeelhouders (provincies en gemeenten) hebben naar rato van hun aandelenbezit bijgedragen voor in totaal € 500 miljoen. Park Strijp heeft een deel van de achtergestelde lening afgelost.
  • overige: er is voor € 2,3 miljoen aan nieuwe leningen verstrekt aan particulieren binnen het zonnepanelenproject Zuidoost-Brabant. Aan het Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties is een tweede tranche verstrekt van € 300.417 voor de herontwikkeling van bedrijventerreinen binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven, conform het raadsbesluit uit 2017. In 2018 vond de eerste uitbetaling plaats. De bibliotheek Eindhoven heeft de aan haar verstrekte lening vervroegd afgelost.

Ontwikkeling verstrekte geldleningen
(x € 1.000)

Restant per  31-12-2019

Mutatie

Restant per
31-12-2020

Lening aan woningbouw

7.885

-6.322

1.564

Lening aan deelnemingen

10.803

-1.098

9.705

Overige leningen (startersleningen, zonnepanelen, duurzaamheidsleningen, Enexis, ROW, bijstand, waarborgsommen derden, etc.)

5.978

1.664

7.643

Totaal vaste schuld

24.666

-5.755

18.911

* Opgetelde bedragen kunnen afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.

Netto schuld

Om de netto schuld te bepalen corrigeren we de opgenomen gelden (lang en kort) met de verstrekte leningen en liquide middelen. Per saldo is de netto schuld in 2020 licht gestegen met € 1,5 miljoen naar € 406 miljoen. De opgenomen gelden zijn € 27,5 miljoen afgenomen door aflossing van langlopende leningen. Hier tegenover staat een toename van de kasgeldpositie met € 15 miljoen tot € 50 miljoen, een afname van het saldo liquide middelen met € 8,2 miljoen en een afname van de verstrekte leningen van € 5,8 miljoen. Over de afgelopen jaren heeft de netto-schuld zich als volgt ontwikkeld:

Renteresultaten

De treasury-rol, die wordt ingevuld vanuit de sector Control, kan gezien worden als de interne bank van de gemeente en opereert op de geld- en kapitaalmarkt. De kosten van het eigen vermogen en de rentekosten van de leningen worden via de interne rekenrente doorberekend aan de sectoren met investeringen in economisch nut of grond. De commissie BBV heeft in 2016 de methode van berekening van de interne rente en de rente grondbedrijf voorgeschreven. Voor de berekening van de interne rente worden de rentekosten omgeslagen over de activa die integraal zijn gefinancierd. De interne rente en de rente op reserves en voorzieningen zijn bij de begroting 2020 vastgesteld op 1,0%. De, op basis van dit percentage, doorbelaste rentelasten mogen in de realisatie niet meer dan 25% afwijken van de werkelijke netto (externe) rentelasten: het zogenaamde renteresultaat. Het gerealiseerde renteresultaat op het taakveld treasury valt in 2020 binnen de bandbreedte die in de BBV notitie is gedefinieerd. Het rentepercentage voor het grondbedrijf is bij de primaire begroting vastgesteld op 1,08%. Dit percentage is ook gehanteerd in de realisatie.

Onderstaand schema geeft inzicht in de netto rentelasten, de wijze waarop rente aan grondexploitaties, projectfinanciering aan specifieke taakvelden en omslagrente aan investeringen wordt toegerekend en het renteresultaat op het taakveld treasury.
Het gerealiseerde renteresultaat is € 0,7 miljoen positief. De voordelige afwijking ten opzichte van gewijzigde begroting is met name het gevolg van lagere externe rentelasten door minder investeringen in de afgelopen jaren. Ook in 2020 was het niet noodzakelijk om lange financiering aan te trekken. Daarnaast is door de positieve rente op kasgeldleningen een niet begrote opbrengst gerealiseerd.

Schema rentetoerekening
(x € 1 miljoen)

Primaire
begroting

Gewijzigde
begroting

Realisatie

Saldo externe rente lasten en baten

7,9

7,8

6,4

Rente over eigen vermogen en voorzieningen

2,5

2,8

2,8

Totale netto rentekosten op taakveld treasury

10,4

10,6

9,3

Doorbelaste rente naar grondexploitaties en projectfinanciering

-3,4

-3,4

-3,5

Doorbelaste rente naar activa via renteomslag

-6,9

-6,4

-6,4

Renteresultaat op taakveld treasury

0,0

0,8

-0,7

* Opgetelde bedragen kunnen afwijken i.v.m. afrondingsverschillen.

Verstrekte garanties

Per eind 2019 is voor een bedrag van € 11,6 miljoen aan leningen direct gegarandeerd door de gemeente aan instellingen, die actief zijn op het gebied van gezondheidszorg, welzijn, sport en cultuur. De garanties zijn deels verstrekt met hypothecaire zekerheid. Het college van B&W is terughoudend in het verstrekken van nieuwe garanties of leningen. In geval van materiële bedragen wordt vooraf advies ingewonnen van de raad.
Er zijn geen nieuwe garanties verstrekt in 2020. In 2016 is besloten om een garantie te verstrekken voor de gebiedsontwikkeling Mariënhage (€ 2,5 miljoen), waarvoor ook de provincie Noord-Brabant en het Nationaal restauratiefonds leningen verstrekken. De gronden en gebouwen zijn geleverd aan DomusDELA Vastgoed B.V. en de herontwikkeling is gereed. De garantie wordt in 2021 geformaliseerd. Per saldo is het bedrag aan verstrekte garanties afgenomen in 2020 met € 3,7 miljoen door vervroegde aflossing van een lening door een woningbouwcorporatie, de aflossing van de lening aan vv Wodan (inroeping borgstelling) en reguliere aflossingen door geldnemers.

Op de uitstaande leningen en garanties loopt de gemeente risico. Daarom brengen we over (een deel van) de lopende leningen en garanties jaarlijks een risicopremie in rekening bij de geldnemers. Met deze premies voeden we de reserve algemene risico’s garanties en geldleningen. Als de gemeente wordt aangesproken op haar garantie, of een lening niet wordt afgelost, komt dit verlies ten laste van deze reserve. In verband met de ontbinding van vv Wodan en het inroepen van de borgstelling door de bank, is een bedrag van € 0,8 miljoen in 2020 ten laste van de reserve gebracht. Er zijn geen garanties ingeroepen als gevolg van corona. Jaarlijks bepalen we de minimale hoogte van de reserve aan de hand van de financiële positie van de geldnemers (solvabiliteit) en de (hypothecaire) zekerheden. Daarbij is dit jaar extra rekening gehouden met het effect van corona op de geldnemers en het risico dat dit met zich meebrengt voor de gemeente. Uit deze analyse bleek dat een reserve van € 3,3 miljoen eind 2020 passend is voor het afdekken van de risico’s.

Woningbouwcorporaties kunnen voor de financiering van hun investeringen leningen aantrekken met borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Rijk en gemeenten staan samen garant voor het WSW via de achtervangpositie. Indien het garantievermogen van het WSW te laag is (bijvoorbeeld doordat corporaties in andere steden een beroep op het WSW doen) moeten alle deelnemende gemeenten en het rijk aan het WSW renteloze leningen verstrekken. Eindhoven neemt eind 2020 voor een bedrag van € 1,39 miljard de achtervangpositie in. Momenteel zijn er geen signalen dat deze achtervangpositie wordt aangesproken.

Gewaarborgde geldleningen
(bedragen x € 1 miljoen)

31-12-2019

Mutatie

31-12-2020

Garanties aan derden

12,7

-3,7

9,1

Garanties incl. best. toezeggingen voor Mariënhage

15,2

-3,7

11,6

Schatkistbankieren

Eind 2013 is verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden ingevoerd. Nieuwe beleggingen zijn niet meer toegestaan, maar oude beleggingen mogen worden aangehouden tot de einddatum. Eindhoven heeft geen structurele tegoeden. Mocht een tijdelijk kasoverschot gemiddeld over een kwartaal boven de norm (€ 4,62 miljoen voor Eindhoven) uitkomen, moet dit afgestort worden bij de Staat. In 2020 is het saldo op de bankrekeningen onder de norm gebleven.

Schatkistbankieren

kw1

kw2

kw3

kw4

Limiet (norm)

4,6

4,6

4,6

4,6

Gemiddeld saldo op bankrekeningen gedurende het kwartaal

1,3

1,1

0,8

0,7

Deze pagina is gebouwd op 06/02/2021 08:23:07 met de export van 06/02/2021 08:08:19